Interview met MPS-promovendus Eva Duivenvoorden MSc

Eva Duivenvoorden (1995) startte in september haar PhD Managing Public Space en is daarmee de eerste promovendus binnen het Programma Managing Public Space van de Wageningen University & Research (WUR). De openbare ruimte is van grote sociale en economische waarde voor de samenleving. Maar die is juist ook onderhevig aan allerlei complexe vraagstukken als klimaataanpassingen, behoefte aan ontspanning, coronamaatregels en mobiliteit. Door de academische wereld aan die van beheer te verbinden kunnen we samen een duurzame, integrale aanpak vormgeven. En daarmee is Eva hard aan de slag.

Hoe lang houd je jezelf al bezig met het beheer van de openbare ruimte?

“Ikzelf ben opgegroeid in Bergen, een heel fijn dorp in Noord-Holland. Het is er mooi, schoon en leuk met strand en bossen in de buurt. De levensstandaard is hoog, en dat merk je aan de sfeer. Ik weet zeker dat het een grote invloed heeft gehad op mijn leven. Maar op jonge leeftijd kwam ik ook op andere plekken, in binnen- en buitenland. Daar zag ik dat het heel anders kon, en dat je je door je omgeving ook uitzichtloos kunt voelen. Zo begon mijn interesse om de kwaliteit van de leefomgeving  voor mensen te verhogen. Welk gevoel krijg je als je uit je raam kijkt? Ben je geïnspireerd of gedeprimeerd? Ik fantaseerde dan over het ontwerpen van woonwijken en dacht op de middelbare school dat ik bouwkunde of civiele techniek zou studeren. In mijn studie kreeg ik gaandeweg meer interesse in behoud en beheer van de openbare ruimte. Als een ontwerp is afgeleverd, hoe gaat het er de volgende twintig jaar dan aan toe, als er echt geleefd wordt? Daar heb ik me dus helemaal op toegelegd.”

Hoe ben je jouw academische loopbaan begonnen?

“Bij mijn eerste bezoek merkte ik dat ik me erg thuis voelde op de WUR. Het is een technische universiteit maar met veel oog voor sociale aspecten, zogeheten gammawetenschappen. Ik koos voor de bachelor Landscape Architecture and Spatial Planning met Spatial Planning track en de minor Adaptiation to Climate Change and Economics. Ik volgde allerlei governance, beleids- en economische vakken – veel minder technisch dan ik dacht en veel leuker dan ik vroeger vond. Na de bachelor volgde de master Landscape Architecture and Planning met de Spatial planning track, en een minor Dealing with uncertainties in spatial planning.”

Je stage volgde je bij de stichting MPS, waarom?

“Van de twee jaren tijdens mijn master heb ik me een jaar op beheer toegelegd, onder andere met de stage bij Stichting Managing Public Space. Zowel tijdens mijn bachelor als master was ik erg geïnteresseerd in de publieke ruimte. De inrichting en het gebruik ervan beïnvloedt het leven van mensen en kan bepaald gedrag uitlokken. Met de openbare ruimte zou je dus ook grote transities kunnen verwezenlijken en faciliteren. Tijdens het sparren over het onderwerp voor mijn thesis, raadde mijn begeleider mij MPS aan. Nederland is al aardig vol, de ontwikkeling van nieuwe gebieden in het publieke domein is dus maar een erg klein percentage. Beheer van de openbare ruimte speelt in grote transities dus een erg grote rol. Tijdens deze thesis heb ik onderzocht hoe G40 gemeentes de institutionele obstakels van het huidige beleidsarrangement voor integraal beheer het hoofd kunnen bieden. Hierop volgend bleek een stage bij de Stichting Managing Public Space een uitstekende keuze.”

Welke bevindingen heb je meegenomen van je stage naar je PhD?

“Het was mijn doel om in de wereld van de beheerder te duiken zodat ik erachter kon komen hoe de academische wereld daar een rol kan spelen. Ik bekeek de functie van de gemeente, maar ook die van de provincie en waterschappen. Door mee te draaien in verschillende commissies van de stichting leerde ik het veld van een heel andere kant kennen. Ik deed er onderzoek naar de competentieniveaus van de beheerders en keek naar de behoeftes die zij hebben. Welke denkwijzen leven er? Een technisch beheerder benadert beheer anders dan een manager. Als we het veld academischer willen maken, wat zouden zij dan in een masteropleiding willen, kunnen en moeten leren?”

Wat ga je de komende vier jaar doen?

“Ik benader de openbare ruimte in mijn onderzoek als een institutioneel probleem. En daar heeft juist de denkwijze en het gedrag van mensen veel mee te maken. Het leuke aan deze PhD opdracht is dat je echt naar buiten treedt, om verbinding te leggen met de dagelijkse praktijk en zelfs uiteindelijk de politiek. Ik ben nog bezig met het formuleren van de onderzoeksvragen, maar zal in elk geval onderzoek doen naar de mogelijkheden van een integrale benadering. Welke obstakels zijn er, zowel praktisch (zoals actoren, hulpbronnen, wetten en regels) als qua gedachtegoed? Deze moet ik eerst in kaart brengen. Daarbij bekijk ik de strategische, tactische en operationele kant en ook de verschillende schaalniveaus: van kleine gemeente naar provincie en grote stedenverbanden. Ik ga langs bij living labs, om te zien hoe met beheer wordt omgegaan en wat de bijdrage van innovatieve projecten kan zijn. Maar dit wordt allemaal nog toegespitst de komende tijd.”

WUR ontwikkelt samen met de stichting MPS masteronderwijs in dit vakgebied. Waarom zouden jouw ‘peers’ deze vakken moeten volgen?

“Ik kan het absoluut aanraden om in de wereld van Managing Public Space te duiken. Met name omdat het een traject is waarin theorie en praktijk samengaan. Dat betekent veel afwisseling en interessante nieuwe invalshoeken. Komend jaar ontwikkelen we pilotvakken. Hierin werken studenten en beheerprofessionals samen aan cases en verzinnen ze samen oplossingen. Je leert dan veel over elkaars achtergronden en ervaringen. Voor de beheerprofessionals zijn academische competenties als kritische analyse en reflectie op de methodologie van grote meerwaarde. Eigenlijk jezelf aanleren om overal vraagtekens bij te zetten. Studenten worden op hun beurt echt aan de praktijk gekoppeld en kunnen bekende problemen met een frisse blik aanvliegen. Ik denk dat het vakken worden waar studenten naar gaan uitkijken en dat het stormloopt bij de inschrijving.”