Pieter Litjens (algemeen directeur CROW) is lid van de Raad van Toezicht van de stichting Managing Public Space. Hoe ziet hij zijn rol? En waar liggen wat hem betreft de grootste uitdagingen voor een succesvolle lobby? 

Wat is het belang van de stichting?

De stichting Managing Public Space moet bijdragen aan niet alleen een wetenschappelijke verankering van het vakgebied ‘beheer’, maar ook het aantrekkelijker maken daarvan. Het is een prachtig werkterrein, dat met enorme opgaven te maken heeft. Zeker in een land dat zo druk en vol is als Nederland. Denk aan de eis tot verduurzamen, aan klimaatadaptatie en waterberging. Hoe zorg je ervoor dat je dat op een goede manier vormgeeft en beheert? Denk ook aan de vervangingsopgave, die echt een stevige financiële druk op ons legt. Zowel op de openbare ruimte als op de infrastructuur.

De integraliteit van al deze uitdagingen wordt steeds belangrijker. We moeten toe naar een nieuwe werkwijze, en naar nieuwe, integrale oplossingen. Ik denk dat een leerstoel voor dit werkterrein kan helpen bij het in kaart brengen van wat die uitdagingen allemaal zijn.

Wat was voor jou de reden om lid te willen worden van de RvT?

Er is een breed draagvlak voor een leerstoel. Dat constateer ik. Ik wil me ervoor inzetten dat de RvT zich de komende jaren als een ambassadeur gaat opstellen. Want we zijn er nog niet. Het succes moet zich nog gaan bewijzen. Het vergt ook overtuigingskracht naar partijen die op dit moment nog niet aangesloten zijn, en die wij er wél bij willen hebben. Of partijen die nu aangesloten zijn en die we aangesloten willen blijven houden. De rol van de RvT is dat je het belang van de leerstoel uitdraagt, in je eigen netwerk, maar ook in de netwerken waar je tegenaan leunt. Overheidspartijen als gemeenten en provincies hebben duidelijk belang bij een leerstoel. Maar bedrijven die zich bezighouden met de vormgeving en de uitvoering van het beheer van de openbare ruimte, net zo goed. Hoe zorg je ervoor dat je die partijen aan elkaar verbindt. De netwerken van de leden van de RvT moeten worden benut om kansen te identificeren en te verzilveren.

Zie je de huidige corona crisis als een bedreiging in het proces om tot een leerstoel te komen?

Corona gooit wat mij betreft geen roet in het eten, zij biedt juist extra aanknopingspunten. Zij geeft urgentie aan ons werk en aan onze adviezen. We zijn al door de VNG gevraagd om samen met Stadswerk mee te denken over het corona-proof maken van de openbare ruimte, indachtig de anderhalve meter eis. Met het Ministerie van I&W hebben we recent meegedacht hoe het heropenen van de basisscholen zou moeten gaan. Hoe zorg je ervoor dat iedereen veilig en verantwoord naar school kan gaan. Hoe help je gemeenten met het opstellen van protocollen?

Corona roept ook andere vragen op. De trend in stedenbouw is verdichting. Maar de vraag is of die verdichting kan worden doorgezet. Neem Zeeburgereiland in Amsterdam waar hoogbouw komt. Een klein stukje grond waar straks 10.000 mensen samen moeten gaan wonen. De vraag is of dat nu corona-proof is, en zo nee, corona-proof kan worden gemaakt.

Wat gaat een leerstoel de maatschappij straks opleveren?

We hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid om het beheer van de openbare ruimte in goede banen te leiden. We willen naar een duurzamer vormgegeven openbare ruimte toe. Een openbare ruimte die beantwoordt aan de wensen van de mensen die er gebruik van gaan maken. Dat betekent dus dat je bij het ontwerpen van de openbare ruimte niet alleen de transitie-opgave meeneemt, maar er ook uitdrukkelijk de gebruiker bij moet betrekken. Dat werd in het verleden nog weleens vergeten.

Het gaat ons lukken als we talent aan ons kunnen binden. Als we erin slagen kwaliteit in huis te halen. Met een arbeidsmarkt waar de werkloosheid erg laag is, waar de situatie in het voordeel van de werkzoekende is, is dat extra moeilijk. Daarom hoop ik dat het onderwerp van een leerstoel, Managing Public Space, aan aantrekkingskracht zal winnen. En in het vergroten van die aantrekkingskracht spelen wij een essentiële rol.